Brusselse elite wil Brussel terug op de kaart zetten

‘Club Grand Place’. Onder deze naam hebben een aantal, voornamelijk Franstalige Brusselaars zich verenigd. Doel: het herwaarderen van het imago van Brussel. Drijvende krachten achter het project zijn Paul Grosjean en François Didisheim, beide onder meer de uitgevers van het blad Lobby. We willen geen nieuwe zakenclub zijn, maar een vereniging van positieve krachten rond het merk Brussel, zo benadrukken ze.



De 21ste eeuw zal worden overheerst door de grote steden of zelfs de stedelijke regio’s. Brussel moet daarin haar plaats verdienen, zo stellen de initiatiefnemers. Brussel is zo wat een mengeling van Washington met zijn vele internationale instellingen en New York als muticulturele wereldstad. Maar het ontbreekt de Brusselaars aan identiteit en dus ook aan fierheid over hun stad. Als er al een Brussel gevoel is, dan leeft het veel meer lokaal dan stedelijk. Om nog te zwijgen van de politieke versnippering en de institutionele lasagne verspreid over 19 gemeenten en een hoofdstedelijk gewest. ‘Club Grand Place’ zegt niet anti-politiek te zijn maar benadrukt wel het privaat karakter van het initiatief. Ze wil alvast een stem worden in het debat rond de herwaardering van Brussel.

Het initiatief krijgt de steun vanonder meer de chocolade ondernemer Pierre Marcolini, Jean-Pierre Buyle, voorzitter van Franstalige balie van advocaten, de ondernemer Philippe Lhomme, Christian Raftopoulos (UCL/Saint-Louis), Brigitte Chanoine (rector van Ichec), Peter de Caluwe (De Munt) en Beatrice Bourdon van de antiekbeurs Brafa.