De Rijkste Vrouwen – nummer twee: Catheline Périer-D’Ieteren

De Griekse reder-miljardair Aristoteles Onassis wist het al. “Als er geen vrouwen bestonden, had al het geld in de wereld geen enkele betekenis.” zo zei hij. Onze redactie maakte een overzicht van de 25 Rijkste Vrouwen van België. Onze grote ranglijst van Rijkste Belgen concentreert zich op vermogende families. In de meeste families zijn er vrouwelijke partners. Maar die hebben niet altijd financiële zeggingskracht. In de ons overzicht van Rijkste Vrouwen hebben we gezocht naar vrouwen die rechtstreeks vermogens hebben aangebracht, doorgaans dochters van vermogende vaders, en naar vrouwen die een eigen managementfunctie hebben opgebouwd, gekoppeld aan opgebouwd vermogen. U kan die succesvolle vrouwen samen met ons hier ontdekken. Vandaag nummer twee op onze lijst: Catheline Périer-D’Ieteren.

NUMMER TWEE
CATHELINE PERIER-D’IETEREN
Miljardair met culturele overtuiging
Vermogen: 5.047.910.501 euro
De nu 82-jarige Catheline D’Ieteren is van opleiding kunsthistorica. Ze was hoogleraar en nu ereprofessor in haar discipline aan de Franstalige Brusselse universiteit ULB. Ze verwierf academische faam als experte in de restauratie en de bewaring van kunst en als specialiste in de Vlaamse schilderkunst uit de 15de tot de 17de eeuw. De Vlaamse Primitieven genieten haar voorkeur boven het bedrijf. Ze zetelde mee in de expertengroep die de restauratie van Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck overschouwde en sponsorde via haar Fonds Périer-D’Ieteren ook een deel van die restauratie. Ze is daarnaast ook lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. Ze heeft meer dan 150 publicaties op haar naam, waaronder een standaardwerk over schilder Dirk Bouts.
De naam D’Ieteren is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de auto. Wanneer die auto zijn intrede doet in de economie en de samenleving, eind 19de eeuw, behoren de broers Alfred en Emile D’Ieteren tot de eerste producenten van carrosserieën voor motorvoertuigen. Zij zijn op dat moment al de derde generatie van de familie die als ondernemers actief zijn. In 1929 wordt hun bedrijf genoteerd op de beurs van Brussel, goed voor 330 Belgische frank per aandeel. De beurscrash van 1928 decimeert die waarde tot een dieptepunt van 28 frank. D’Ieteren wordt later de invoerder en verdeler van Amerikaanse automerken waaronder Studebaker.
De grote doorbraak komt er kort na de Tweede Wereldoorlog, wanneer de vader van Catheline Périer-D’Ieteren een importcontract tekent voor de legendarische Kever van de groep Volkswagen. Daarna volgen andere merken. In 1953 start de familie in Vorst met de assemblage van Kevers. Drie jaar later wordt de eerste verhuur van wagens opgestart, ook met het oog op de Wereldexpo in Brussel van 1958. Begin 1975 overlijdt Pierre D’Ieteren op 63-jarige leeftijd bij een auto-ongeval. Hij zat aan het stuur van een Audi. Zijn tweede vrouw en hun dochter komen ook om het leven. Zoon Roland en dochter Catheline, de twee kinderen uit zijn eerste huwelijk, verdelen de aandelen onder elkaar. Deze zesde generatie betekent ook de komst van de op dat moment 33-jarige Roland D’Ieteren die lange tijd de sterke man zal zijn van de familie. Hij is ook de grootste aandeelhouder van het beursgenoteerde bedrijf, samen met zijn zus Catheline.
Catheline D’Ieteren verwierf academische faam als experte in de restauratie en de bewaring van kunst en als specialiste in de Vlaamse schilderkunst uit de 15de tot de 17de eeuw. De Vlaamse Primitieven genieten haar voorkeur boven het bedrijf. Haar echtgenoot, Maurice Périer, wordt in haar plaats beheerder van het bedrijf D’Ieteren.
Roland D’Ieteren bouwt het beursgenoteerde familiebedrijf uit tot een miljardenbedrijf. In 1989 neemt D’Ieteren verhuurbedrijf Avis Europe over. 22 jaar later wordt dat met een belangrijke meerwaarde verkocht. In 1999 volgt de overname van Belron, het bedrijf dat met de groep Carglass de wereldleider is op het vlak van de herstelling en vervanging van voertuigruiten. Belron groeit door van traditionele autoruitvervanger naar een dienstverlener met verzekeringsmaatschappijen als klant. De groep wordt de cash cow van broer en zus D’Ieteren.
Roland D’Ieteren overlijdt in 2020 aan corona, enige tijd nadat hij de dagelijkse leiding heeft doorgegeven aan zijn zoon Nicolas en Cathelines zoon Olivier, allebei enige kinderen. De D’Ieteren aandelen blijven op dat moment binnen de zevende generatie van de familie. In 2014 worden de neven allebei ondervoorzitter van de groep D’Ieteren, ter vervanging van de man van Catheline. Die zit dan meer dan 36 jaar in de raad van bestuur en heeft de leeftijdsgrens van 75 jaar bereikt.
In 2024 koopt Nicolas D’Ieteren 16,7 procent van het gelijknamige beursgenoteerde bedrijf over van zijn neef Olivier Périer. De transactie heeft een waarde van 2 miljard euro en wordt mee gefinancierd door een uitzonderlijk dividend van 4 miljard euro dat wordt uitgekeerd door D’Ieteren dochter Belron, de holding boven de groep Carglass. Na de operatie zal Nicolas D’Ieteren 50,3 procent controleren van het familiaal bedrijf. Op termijn verdwijnt Olivier Périer volledig uit het bedrijf.
De familie D’Ieteren-Périer beheert haar vermogen met de familieholding SPDG (Société de Participation et de Gestion). Die investeert buiten de autosector, zoals in vastgoed, architectuur en design. Sinds 2007 beheert de zoon van Catheline het familiefortuin. Olivier Périer is architect van opleiding maar schoolt zich bij in financieel beheer. Zijn interesse gaat onder meer uit naar alternatieve energie. Maar eind 2025 verrast hij de wereld met het nieuws dat hij de nieuwe eigenaar is van het domein van Argenteuil. Hij kocht de site van 136 hectare, gelegen in Waterloo aan de rand van het Zoniënwoud, over van de erfgenamen van wijlen Jean-Marie Delwart. Periér stelt het voormalige koninklijk domein met daarop het zogenaamde kasteel Tuck vanaf 2026 ter beschikking van de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Periér doet dat in de traditie van zijn moeder. 18 miljoen van de familiale erfenis gaat nu naar de aankoop van Argenteuil.
De Muziekkapel, die aanpalend aan het domein ligt, wil haar artiesten in residentie kasteel dat grotendeels is vernieuwd. De muzikanten kunnen er gebruikmaken van gemeenschappelijke ruimtes, drie repetitiezalen, twee grote salons voor concerten of recepties en een uitzonderlijke eetzaal van 50 vierkante meter. Het domein van Argenteuil werd kort na de Belgische onafhankelijkheid opgericht door Ferdinand de Meeûs, die er het Kasteel van Argenteuil liet bouwen. Dat kasteel biedt vandaag onderdak aan de Europese school en staat buiten de huidige verkoop. Die verkoop heeft betrekking op het deel van het domein dat de Amerikaanse zakenman William Tuck in 1929 aankocht. Tuck, die getrouwd was met een Belgische, liet er een landhuis bouwen, het zogenaamde ‘Kasteel Tuck’, maar verkocht zijn domein na de Tweede Wereldoorlog aan de Belgische staat. Die ontving er daarna, onder meer tijdens de Expo 58, belangrijke gasten. Het kasteel van Argenteuil verwierf korte tijd later de bijnaam “gouden kooi” omdat het de discrete huisvesting vormde voor koning Leopold III. Hij betrok het kasteel negen jaar nadat hij in 1951 afstand had gedaan van de troon ten voordele van zijn zoon Boudewijn. De gevallen koning woonde er samen met Lilian Baels, zijn bijwijlen omstreden tweede echtgenote. Voor de verbitterde Leopold III, een verwoed fotograaf, was Argenteuil een vluchtadres waar hij de vele memorabilia bewaarde van zijn reizen in Afrika en Azië. Na het overlijden van Leopold III in 1983 en prinses Lilian in 2002 wilden zijn kinderen het kasteel omvormen tot een memoriaal ter ere van hun vader. Maar dat zag de Belgische regering niet zitten. Volgens de overlevering haalden de kinderen het landhuis daarop helemaal leeg. Leopold III was omstreden omwille van zijn ondemocratische autoritaire gedachten en zijn ontmoeting met Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar ook de renovatie van het kasteel was te duur voor de federale overheidsbudgetten. De regering besloot daarom in 2004 het domein openbaar te verkopen. In 2004 kocht de Waalse zakenman Jean-Marie Delwart het domein inclusief het Kasteel Tuck voor 7,8 miljoen euro in een openbare verkoop. Hij renoveerde het kasteel en verbleef er 15 jaar tot hij het in 2019 te koop zette. Delwart was toen 80 jaar wou zich definitief terugtrekken op zijn landgoed in Schotland. Zijn vraagprijs voor het kasteel was 20 miljoen euro.
De excentrieke Delwart, de voormalige topman van de beursgenoteerde holding Floridienne en een nazaat van Ernest Solvay, stak miljoenen in de renovatie van het kasteel. Hij kreeg naar eigen zeggen vaak kandidaat-kopers over de vloer. De Russische president Vladimir Poetin wilde er zijn datsja van maken. Ook de voormalige Libische dictator Muammar Khadaffi drong aan. ‘Vier keer heb ik zijn agent gezien’, vertelde Delwart jaren geleden in De Tijd. ‘Hij zei: ‘Khadaffi kijkt niet op 5 miljoen’. Ik heb nooit een prijs genoemd, want ik wilde niet verkopen. En al helemaal niet aan hem.’ Als gevolg van de zware onderhoudskosten ging Delwart later wel op zoek naar een koper. Vijf jaar geleden circuleerde een vraagprijs van 20 miljoen euro. Nadat Delwart in maart 2025 op zijn 84ste is overleden, besloten zijn kinderen het kasteel te verkopen. Volgens het persbericht had vader Delwart voor zijn overlijden al gesprekken met de Muziekkapel opgestart, omdat hij zijn domein wilde overdragen aan een project dat de verbinding maakt tussen muziek en natuur. Dat werk is nu volbracht door Catheline d’Ieteren.