De Rijkste Vrouwen – nummer vijf: Karine Huts

De Griekse reder-miljardair Aristoteles Onassis wist het al. “Als er geen vrouwen bestonden, had al het geld in de wereld geen enkele betekenis.” zo zei hij. Onze redactie maakte een overzicht van de 25 Rijkste Vrouwen van België. Onze grote ranglijst van Rijkste Belgen concentreert zich op vermogende families. In de meeste families zijn er vrouwelijke partners. Maar die hebben niet altijd financiële zeggingskracht. In de ons overzicht van Rijkste Vrouwen hebben we gezocht naar vrouwen die rechtstreeks vermogens hebben aangebracht, doorgaans dochters van vermogende vaders, en naar vrouwen die een eigen managementfunctie hebben opgebouwd, gekoppeld aan opgebouwd vermogen. U kan die succesvolle vrouwen samen met ons hier ontdekken. Vandaag nummer vijf op onze lijst: Karine Huts.

(Foto: Belga Images)

Nummer 5

Karine Huts

“Om kinderen op te voeden ben je met twee, en ik heb toch een groot deel van hun opvoeding voor mijn rekening genomen.”

Vermogen: 2.779.308.743 euro

`Ik ben niet de traditionele vrouw achter de man. Ik sta náást mijn man.’ zo zegt Karine Huts, de echtgenote van Fernand Huts, eigenaars van het havenbedrijf Katoen Natie. Karine Huts leeft in de schaduw van haar echtgenoot maar houdt er duidelijk een eigen mening op na.

De vader van Karine Huts was stafhouder bij de balie van Mechelen. Haar moeder was getroffen door een heel zwakke gezondheid en bleef thuis als huisvrouw. “Haar gezondheid was ook de reden dat ik enig kind ben: meer had ze niet aangekund. Ze hebben haar zelfs verteld dat het al een mirakel was dat ze mijn bevalling overleefd had. Ze is overleden toen ze 53 was ­ ik was toen 22. Enorm triest.” zo vertelde Karine Huts daarover die haar tweede zoon, Yves, naar haar moeder Yvonne heeft vernoemd. En moeder Yvonne was best belangrijk. Binnen de familie Huts wordt gezegd dat zíj Fernand Huts heeft gekozen voor haar dochter. Het latere echtpaar leerde elkaar kennen aan de universiteit van Leuven waar beiden in hetzelfde jaar rechten studeerden. Fernand Huts was onder meer preses van het Katholiek Vlaams Studentenverbond wat veel van zijn tijd opslorpte. Tijdens de inschrijvingen voor de examens vroeg hij aan Karine of hij haar notities mocht lenen. Wanneer hij die kwam halen, bleef hij de hele avond praten met moeder Yvonne. Die zei daarna: “Ik heb een interessante avond gehad!” Toen Karine hem weer naar het station bracht, zei hij: “Clarice, uw moeder is een grote dame.” Waarop Karine zei: “Bedankt, maar ik heet helemaal niet Clarice.” Hij had haar mijn naam niet eens onthouden. Toch vond ze Fernand naar eigen zeggen “een sympathieke knul”. Moeder Yvonne overleed op 3 januari 1973 maar op oudejaar riep ze Fernand Huts bij zich en hebben ze de hele dag gepraat. “Uitzonderlijk, want ze wilde niet meer al te veel mensen rond zich. Daarna zei ze: `Nu ben ik er gerust op.” aldus Karine.

In 1975, twee weken nadat ze gehuwd waren, ontving Karine Huts een bericht van het parket van Brussel: ze kreeg de kans om gerechtelijk stagiair te worden. Het was de opstap naar haar carrière in de magistratuur. Ze werd twee keer de jongste magistraat van het land, zowel de jongste substituut als de jongste rechter. Het werd een rol die voor haar leek weggelegd maar het werkritme was niet vol te houden. Er heerste daarnaast openlijk seksisme op de werkvloer. “Toen een echt mannenbastion”, blikt ze terug. “Als vrouw werd je neerbuigend aangekeken. In die tijd heb ik haar op mijn tanden gekweekt. In 1992 ben ik gestopt omdat het niet meer te combineren viel. Fernand was veel op zakenreis en naast mijn werk moest ik ook zorgen voor onze drie kinderen. Weinig verlof, lange verplaatsingen van Antwerpen naar Dendermonde… ik heb toen echt even met een burn-out geflirt, maar dat woord bestond toen nog niet. ‘Karottentrekker’ kreeg je naar het hoofd geslingerd als het even niet meer ging. Spijt dat ik ermee gestopt ben, heb ik echter nooit gehad. ‘Doe wel en kijk niet om’ is altijd mijn levensmotto geweest.” In 1992 liet ze de magistratuur achter zich en ging ze werken in het familiaal havenbedrijf Katoen Natie.

Tien jaar terug confronteerde het blad Humo haar met een uitspraak die haar echtgenoot had gedaan. “Mijn zus moest alle meisjestaken doen.” aldus Fernand Huts. “Wanneer ik tegen haar zei dat ik mosterd wou hebben, moest zij die gaan halen. Jongens werden grootgebracht met maar twee doelen voor ogen: werken en plezier maken. Ik geef mijn drie zonen dezelfde raad, maar ik heb feministische schoondochters die daar anders over denken.” “Om kinderen op te voeden ben je met twee, en ik heb toch een groot deel van hun opvoeding voor mijn rekening genomen, zo reageerde Karine Huts. Ik heb al m’n zonen leren koken ­ mijn oudste zoon is een prima kok ­ en de huisregel was: `Ik maak het eten klaar en zet het op tafel, maar daarna zit mijn taak erop.’ En zij hebben altijd zonder morren afgeruimd en afgewassen. Maar mijn man is natuurlijk van een andere generatie.”

Zowel Fernand Huts als zijn echtgenote hebben beiden geëxperimenteerd in de politiek, meer bepaald in de liberale partij. Maar dat experiment werd geen succes. “Mijn politieke zijstap bij Open Vld zou ik niet meer herhalen.”, zo zei Karine Huts daarover. “Op de senaatslijst in 1999 stond ik op een strijdplaats, maar 26.000 voorkeurstemmen hebben uiteindelijk tot niks geleid. Ik verloor er wel de voeling met het bedrijf door. Tot dan was ik namelijk het hoofd van de IT-afdeling. Ik had nog nooit een computer gezien, maar ben me gaan bijscholen om Katoen Natie door de millenniumwisseling te loodsen. Na mijn avontuur in de politiek was het bedrijf echter geëvolueerd en was de tijd voorbij dat ik niet alleen ons personeel, maar ook hun partners en kinderen bij naam kende.”

Meer succes heeft het echtpaar als investeerders in kunst. Karine Huts vertelt hoe ze daarin zijn gerold. “Fernand en ik zijn na onze eerste jaren samen een kunstcursus gaan volgen en wij maakten kennis met het koptische textiel, via docent Antoine de Moor. Hij was professor in de veeartsenijkunde en een specialist in de paardenchirurgie. De Moor verzamelde antiek textiel en toonde ons zijn collectie. Wij waren diep onder de indruk. Hij piekerde over de vraag: wat gebeurt er met dit levenswerk na mijn dood? In 1993 hebben wij zijn collectie gekocht en ondergebracht in ons toenmalige huis aan de Italiëlei. De verzameling koptisch textiel heeft wereldformaat, met onder meer de grootste collectie van tunica’s. Wij kochten van De Moor een vierhonderdtal exemplaren, en nu zijn het er 4.000.” En ook hier speelt de concurrentie. Karine Huts: “Onze directe concurrent in deze niche is sjeik Al Thani van het koninklijk huis van Qatar. Wij hadden hem hier op bezoek en drongen bij hem aan om niet door het opbod tussen ons naar absurde verkoopprijzen te gaan voor elk stuk op de wereldmarkt.”

Het werd de basis van de collectie wereldkledij die Karine Huts aanlegde. En al snel volgde de kunst. Karine Huts: “Tijdens een simultaanveiling, toen met de telefoon, tussen Tokio en Mechelen heb ik voor 300.000 Belgische frank een aquarel gekocht van Léon Spilliaert, een Oostendse tijdgenoot van James Ensor. Ik stak bibberend van schrik en de plankenkoorts mijn vinger op. En had prijs. Ik doe niks wat ik niet ken en leer nog steeds de stiel van verzamelaar.”

Die eerste aankoop vormde de basis voor wat zou uitgroeien tot een investeringspolitiek. In 2016 verklaart Fernand Huts dat hij en zijn echtgenote jaarlijks 0,5 procent van de omzet van zijn bedrijf Katoen Natie gaan investeren in kunst. In dat jaar gaat het dan om 8,12 miljoen euro per jaar. Hij trekt dat bedrag op tot het gelijk ligt met wat heel Vlaanderen jaarlijks investeert in 21 Vlaamse musea. Een duidelijke statement naar de politieke wereld: investeer meer in cultuur. Huts zei een en ander bij de voorstelling van het boek “Politiek & schilderkunst, Hendrick De Clerck (1560-1630) en de keizerlijke ambities van de aartshertogen Albrecht en Isabella” van kunsthistorica Katharina Van Cauteren, een uitgave van Lannoo gesponsord door Huts. Tijdens de persconferentie citeerde de havenondernemer uit een artikel uit De Tijd. “Ik las daarin dat de 21 Vlaamse musea 8,12 miljoen euro werkingssubsidies krijgen van de Vlaamse overheid. Niet veel, hè. Ik dacht: laat ik er wat aan doen en dat bedrag matchen. Ik ga voortaan jaarlijks 8,12 miljoen investeren in de cultuurwerking van Katoen Natie. Tot nu schonk ik 0,35 procent van de omzet van het bedrijf aan onze cultuurwerking. Dat wordt 0,50 procent. Waarom doe ik dat? Omdat ik cultuur ontzettend belangrijk vind. Elke beslissing in mijn leven steunt op geschiedenis en cultuur. In mijn ogen is iedere beslissing van een entrepreneur de ontmoeting tussen verleden en toekomst. Je moet dus je verleden en de cultuur koesteren. Maar de middelen die de cultuursector van de overheid krijgt, worden steeds kleiner. Daar wil ik iets aan doen.” Maar Huts blijft wel Huts. “Iedereen mag aankloppen, zegt hij. Kunstenaars, musea, instellingen. Maar ik beslis welk project ik steun. En ik ben ook de baas van het project. Dat moet heel duidelijk zijn.”

Carina Van Cauteren zal doorgroeien tot curator van de Phoebus Foundation die de volledige kunstcollectie overkoepelt van het echtpaar. En nog wel fiscaal vriendelijk ook. In 2018 titelt de krant de Tijd dat die stichting is opgericht op het offshore kanaaleiland Jersey en geniet van een fiscaal vriendelijk klimaat. Bedrijven leven er belastingvrij. Ook dividenden, intresten en royalty’s worden er belastingvrij geïncasseerd. De krant stelt zich fiscale vragen bij deze constructie. “Mijn Foundation is naar Angelsaksisch concept uitgewerkt volgens de strenge Jersey Law. Ik ken geen Belgische verzamelaars die een Belgische stichting voor hun verzameling hebben opgericht. Mogelijk zijn die er.” zegt Huts in een reactie. Fernand Huts is een actieve gebruiker van zijn kunstcollectie. In 2017 lokte zijn tentoonstelling “Oer, de wortels van Vlaanderen” 60.000 bezoekers. De meeste private kunstverzamelingen in België blijven privaat, zo niet die van Karine en Fernand Huts. De stichting van Huts op Jersey bestaat sinds 2 augustus 2011. Ze droeg vroeger een andere naam: ‘The Pallas Athena Foundation’, een verwijzing naar Griekse mythologische godin van de kunst, die ‘even rein is als de lucht’. De nieuwe naam verwijst naar de mythologische ‘Phoebus Apollo’, de beschermer van de muzen. Ze is gevestigd op de eerste verdieping van een klein gebouw aan de Mulcaster Street nummer 2 in het district Saint Helier, in het gebouw van STM Fiduciaire, een kantoor dat naar eigen zeggen gespecialiseerd is in het opzetten van postbusconstructies in “the world’s premier offshore finance centre”.

Voor 2011 bouwde het echtpaar Huts zijn kunstimperium financieel op vanuit de stichting Fondation d’Art Moderne et Textile in Liechtenstein, een ander belastingparadijs. “Er werd voor Jersey gekozen omdat wij geloven in de Angelsaksische aanpak van cultuur en kunstbeheer, zegt Huts. In de Angelsaksische wereld is er een historische traditie om met de privésector samen te werken. Dat zit ingebakken in hun manier van denken. Laten we hopen dat deze way of thinking voet aan de grond krijgt in onze contreien.”

Privacy Overview
De Rijkste Belgen

This website uses cookies so that we can provide you with the best user experience possible. Cookie information is stored in your browser and performs functions such as recognising you when you return to our website and helping our team to understand which sections of the website you find most interesting and useful.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie-instellingen kunnen opslaan.

Cookies van derden

Deze site gebruikt Google Analytics om anonieme informatie zoals bezoekersaantallen en meest populaire pagina's te verzamelen.

Door deze cookie aan te laten staan help je onze site te verbeteren.

Extra cookies

Deze site gebruikt de volgende aanvullende cookies:

(Maak een lijst van de cookies die je hier op de site gebruikt.)