NIEUW – Familie Haspeslagh sluit Oostenrijkse Ardo-fabriek (en verliest 240 jobs)

De diepvriesproducent Ardo Austria Frost sluit in 2027 zijn productie- en verpakkingsfabriek in het Oostenrijkse Groß-Enzersdorf. 190 werknemers en 50 uitzendkrachten verliezen daarmee hun job. In een mededeling aan de werknemers zegt het bedrijf dat gezien “de afstand tot de West-Europese markt en het beperkte kostenconcurrentievermogen ten opzichte van Midden- en Oost-Europese landen, de Oostenrijkse productielocatie alleen te rechtvaardigen is voor de binnenlandse markt” en dat is niet meer rendabel gezien de noodzakelijke investeringen. Het bedrijf is onderdeel van de gelijknamige West-Vlaamse producent van diepvriesgroenten in handen van de familie Haspeslagh en de investeerder Els Thermote. De sector van de diepvriesgroenten, waarin België en specifiek West-Vlaanderen wereldwijd marktleider is, kampt de laatste jaren met aanzienlijke structurele en conjuncturele moeilijkheden. Hoewel de vraag van consumenten naar diepvriesproducten in de lift zit, staat de winstgevendheid van de verwerkers en telers zwaar onder druk. De vraag dringt zich dan ook op of de sluiting van de Oostenrijkse fabriek voor de sector de spreekwoordelijke kanarie in de koolmijn is.
Austria Frost GmbH werd in 2008 overgenomen door de Belgische Ardo-groep. De fabriek produceerde onder andere voor Iglo en voor de lokale winkelketens Spar, Billa en Hofer. Ardo is nu van plan enkel zijn verkoopsactiviteiten in Oostenrijk verder te zetten. Bij de hele groep Ardo werken wereldwijd in zeven landen meer dan 3.000 werknemers. In het boekjaar dat eindigde in juni 2025 daalde de omzet licht tot 1,36 miljard euro. De nettowinst zakte van 7,4 miljoen naar 1,6 miljoen euro.
De hele sector van de diepvriesgroenten staat onder toenemende druk. De aanvoer van grondstoffen is door de klimaatverandering extreem onvoorspelbaar geworden. Langdurige droperiodes en hittegolven zorgen voor slechte oogsten en kwaliteitsverlies bij de groenten. En dan zijn er de hoge energie- en productiekosten. De verwerking van industriegroenten is een uiterst kapitaal- en energie-intensieve business. Het verwerkingsproces vereist eerst blancheren (opwarmen met stoom of heet water) en direct daarna het razendsnel diepvriezen vaak tot -40 °C. De schommelende hoge energieprijzen wegen op de marges van de fabrieken en kunnen niet altijd direct worden doorberekend aan de retail. De relatie tussen de verwerkende fabrieken en de contracttelers is precair. Door de gestegen kosten voor meststoffen, machines en energie, in combinatie met misoogsten door het weer, was de teelt voor veel boeren de afgelopen jaren verlieslatend of nauwelijks rendabel. Hierdoor dreigen telers af te haken of over te stappen naar andere gewassen, wat de structurele bevoorrading van de diepvriessector in gevaar brengt. Tenslotte is er de macht van de supermarkten. Supermarkten houden de marges op private-label diepvriesgroenten historisch laag, waardoor de verwerkers de gestegen loon-, grondstof- en energiekosten moeilijk doorgerekend krijgen.