OPTIMA: De dag van het vonnis

Jeroen Piqueur (Foto: Belga Images)

Ik wil benadrukken dat alle mensen met wie ik heb samengewerkt bij Optima, nooit de ­intentie hadden om klanten te bedriegen. Ik hoop op een eerlijk proces.” Dat zei de 71-jarige Jeroen Piqueur eind januari dit jaar bij het afsluiten van het strafproces rond de val van de Optima bank die werd opgestart door Piqueur. Zijn zoon Ruben Piqueur, 48 jaar, sloot het debat voor de rechtbank af met een vraag. “Er zijn duizenden mensen die via Optima vastgoed hebben gekocht en er flink mee hebben verdiend. Waar zijn al die gedupeerde klanten hier? Ik zie ze niet.” Na een eerder uitstel maakt de rechtbank normaal morgen het vonnis bekend. Dan valt ook het gerechtelijk oordeel over Luc Van den Bossche, voormalig topman van de socialistische partij en jarenlang bestuurder in diverse functies bij Optima. Zowel het openbaar ministerie als de betichten kunnen in beroep geen tegen het vonnis van morgen. 

Optima werd bijna 10 jaar geleden failliet verklaard. Piqueur en een aantal van zijn kaderleden worden ervan beschuldigd geld uit de bank te hebben weggesluisd. Het Openbaar Ministerie eist 5 jaar cel, 250.000 euro boete, een verbeurdverklaring van 32,8 miljoen euro en 10 jaar beroepsverbod tegen Piqueur. Zijn zoon, die bestuurder was bij Optima Bank, riskeert 18 maanden cel. Tegen oud-minister Luc Van den Bossche is 6 maanden cel met uitstel en een geldboete gevorderd. Voor een reeks andere voormalige Optima-toplieden werden celstraffen gevraagd die oplopen tot 3 jaar effectief.

De burgerlijke partijen lieten niet na te wijzen op het luxeleven dat de familie Piqueur er op nahield. “Het hele gezin leefde van het geld van Optima. Het kon niet op. Samen genoten ze van luxe: een loge bij Real Madrid van 60.000 euro per jaar bijvoorbeeld. Daar gingen vader en zoon dan samen heen.” zo klonk het. Er werd ook uitvoerig stilgestaan bij de luxejacht die Piqueur kocht en die hij Rubecan noemde naar de voornamen van zijn zoon en dochter. De familie maakte ook gebruik van Visa-kaarten die op naam stonden van de bank. (Lees verder onder de foto)

Jeroen Piqueur met zijn zoon Ruben. (Foto: Belga Images)

Het beeld dat de zoon Ruben medeplichtig was aan de val va de bank, sprak zijn advocaat Michaël Verhaeghe tijdens het proces tegen. “Ruben Piqueur wordt weggezet als een fils à papa, maar dat klopt niet”, zei Verhaeghe. “Er is niets verkeerd aan te geloven dat je vader een succesvol zakenman is, en het is niet fout om op te kijken naar je vader en even succesvol te willen zijn. Hij hield zich bezig met vastgoed en wist daar het fijne niet van. We gaan niet zeggen dat hij van niets wist, maar hij was van een aantal zaken niet op de hoogte.” De advocaten van verschillende kaderleden van de bank vroeger de vrijspraak of opschorting van straf. In dat laatste geval worden ze schuldig bevonden maar krijgen ze geen veroordeling.

Luc Van den Bossche

Meest publieke figuur in het proces was de oud politcus Luc Van den Bossche. “Deze vervolging en het proces hebben hem mentaal en fysiek gekraakt.” zo zei zijn advocaat Walter Van Steenbrugge. “Als het de voorbije jaren over Optima ging, werd Luc Van den Bossche telkens in dezelfde adem genoemd als Jeroen Piqueur. Zijn imago is daardoor besmeurd. Deze vervolging en het proces hebben hem mentaal en fysiek gekraakt.” Van den Bossche zelf was tijdens het proces niet aanwezig in de rechtbank, om gezondheidsredenen. “Hij had een hartfalen en zijn gezondheid blijft wankel. Ik wil geen oorzakelijk verband leggen met het proces en de vervolging, maar het heeft hem zeker geen goed gedaan”, zegt Van Steenbrugge. (Lees verder onder de foto)

 

Luc Van den Bossche op een archiefbeeld uit 2018. (Foto: Belga Images)

Van den Bossche was een tijdlang voorzitter van het directiecomité van Optima Bank en later ook van de raad van bestuur van Optima Global Estate, de vastgoedpoot. Volgens Van Steenbrugge is zijn vervolging gebaseerd op het feit dat Van den Bossche consultancy-overeenkomsten goedkeurde en liet verhogen in prijs, wat hoofdbeklaagde Jeroen Piqueur ten goede kwam. “Toen hij hoorde van de vervolging, barstte hij in tranen uit”, pleitte Van Steenbrugge op het proces. “In 2017 verzekerde de onderzoeksrechter dat hem niets ten laste kon worden gelegd. Hij werd nooit in verdenking gesteld, en toch sleuren ze hem er jaren later bij. Onterecht.”

“Luc is een man van aanzien: vicepremier, viceminister-president en een belangrijke figuur in de zakenwereld”, aldus nog Van Steenbrugge. “Hij was misschien niet de vriendelijkste minister, maar zijn integriteit stond nooit ter discussie. We hebben sterke juridische argumenten, maar het ligt nu niet meer in onze handen. Ik heb vertrouwen, maar een veroordeling zou opnieuw een zware klap zijn.”

Morgen valt de uitspraak. Daarna moet blijken wie al dan niet in beroep gaat tegen die uitspraak.