NIEUW – Impermo levert kinderen Stultjens elk een goudbaar op van één kilogram

Het Limburgse bedrijf Impermo heeft zijn kapitaal verlaagd met 0,34 miljoen euro en dat wel op een heel opmerkelijke manier. De drie familiale aandeelhouders, Silvie, Filip en Luk Stultjens, ontvingen elke een baar van één kilogram goud. Het is zeldzaam maar het gebeurde vroeger meer dan nu: een kapitaalverhoging van een bedrijf die werd volstort in goud. En dat goud wordt nu als kapitaalverlaging terug uitgekeerd. De drie aandeelhouders zijn de kinderen van de nu 94-jarige William Stultjens. Ze vertegenwoordigen de vierde generatie van het vloerbedekkingsbedrijf uit Sint-Truiden dat ook bekend is van zijn aanhoudende radioreclame. Vorig jaar haalde Impermo een omzet van 66 miljoen euro, goed voor een cash flow van 4 miljoen euro.
Geld is sedert de zogenaamde Nixon-schok van Bretton Woods in 1971 niet meer gedekt door goud. Maar het edelmetaal kan wel nog altijd ingebracht worden als kapitaalverhoging in natura. Daarbij is het onderhevig aan alle voorwaarden die gekoppeld zijn aan inbrengen in natura. Een revisor moet de waarde van het goud goedkeuren en de notaris moet de kapitaalverhoging gedetailleerd acteren. Daarbij moet het goud ook worden geïdentificeerd. Dat is ook hier het geval met de goudbaren van de familie Stultjens. De waarde zelf wordt bepaald aan de hand van de goudkoers die de LBMA dagelijks in Londen publiceert, in casu 116.261 euro per kilogram. Het goud brengt geen opbrengsten op en wordt binnen de vennootschap niet afgeschreven. Het staat tegen de aanschaffingswaarde in de balans.
Vader William Stultjens is wel in meer opzichten een merkwaardig man. Op zijn 79ste ging hij op pensioen. Waarna hij samen met zijn echtgenote musea ging bezoeken. “Als kind had ik dat nooit gedaan.”, zo vertelde hij daarover vorig jaar in Het Nieuwsblad. “Ik kende dus niet veel van kunst. Ja, de grote namen en de bekendste schilderijen, maar al die ‘kleinere’ kunstenaars? Die kende ik niet. Ik wilde daar meer over weten, maar vond nergens een goed overzicht. Natuurlijk kan je boeken vinden over één kunstenaar, maar als je zo begint, kan je miljoenen boeken kopen. Ik dacht: waarom bestaat er geen overzicht van alle schilders en beeldhouwers in de Lage Landen? Dus begon ik te noteren. Eerst dacht ik: als ik 60 à 70 bladzijden heb, is dat al mooi. Maar ja… die namen bleven maar komen. Dus deed ik maar door. (…) Op kunstbeurzen en veilingen nam ik catalogi mee en verwerkte de informatie. Ik ging niet op zoek naar informatie online. Dat boek is dus nooit af, want er blijven altijd namen bijkomen.” Het werk eindigde in een vierdelige druk, goed voor 2.600 bladzijden. Uitgegeven in een bordeauxrode kaft met, noblesse oblige, gouden letters in opdruk.