Amerikanen gaan kleinste Clarebout fabriek sluiten

De Amerikaanse aardappelverwerker Simplot wil één van zijn twee productie eenheden in Moeskroen sluiten. Daarbij kunnen 392 jobs verdwijnen. Concreet gaat het om één van de twee productiesites van het dochterbedrijf Mydibel. De fabriek in kwestie produceert jaarlijks 200.000 ton frieten en andere aardappelspecialiteiten zoals kroketten. Mydibel was de laatste grote overname die de ondernemer Jan Clarebout in 2022 afwerkte voor hij zijn gelijknamig bedrijf als Europees marktleider vorig jaar verkocht aan Simplot. Volgens de Amerikanen kampt Clarebout met een overcapaciteit in productie als gevolg van de toegenomen concurrentie uit India, China en Egypte. De sluiting van de fabriek onderlijnt misschien contradictorisch de sluwe strategie en het lef van Jan Clarebout. Op het juiste moment, maar wel erg gewaagd, koopt hij nog een laatste onafhankelijke Vlaamse concurrent op om zichzelf in omzet op te blazen en zo optimaal te kunnen verkopen aan de Amerikanen. Net op tijd om de consolidatie te overleven. De aardappelindustrie moet niet enkel afrekenen met nieuwe internationale concurrentie maar ook met een wereldwijde trend naar meer gezonde snacks.
Belgische producenten kampen nog steeds met relatief hoge kosten voor energie en personeel. Clarebout stelt daarnaast dat zijn fabrieken nu 14 tot 20 procent te veel capaciteit hebben. De keuze voor Moeskroen is mee te verklaren omdat het de kleinste Clarebout-fabriek is waar de installaties meer verouderd zijn dan in de andere fabrieken. Die uitdaging lag mee aan de basis van de familie Mylle om in 2022 hun twee fabrieken in Moeskroen te verkopen. Wat de impact van de overname was op Clarebout is niet echt bekend. Het bedrijf is erg karig met het bekendmaken van bedrijfscijfers, laat staan winstcijfers.
De markt van aardappelproducten is al zeven opeenvolgende jaren in waarde blijven groeien, met een gemiddeld jaarlijks groeitempo van ruwweg 2,5 tot 5% over de periode 2012-2024. Maar daarbij spelen nu twee tegengestelde bewegingen . Gebakken in plaats van gefrituurde chips, vetarme, zoutarme en plantaardige varianten winnen steeds meer terrein naarmate het gezondheidsbewustzijn bij jongere generaties toeneemt. En dan is er nog de zogenaamde ‘premiumisering’. Kettle-cooked, dikker gesneden, ambachtelijke chips met chef-geïnspireerde smaken, vaak twee tot drie keer duurder dan standaardchips, maar met betere marges voor producenten, gaan primeren in de markt. En dat zijn nu precies twee segmenten waar Vlaamse producten minder sterk in staan.
Noord-Amerika bleef doorheen het decennium de grootste markt met een aandeel van 31 tot 35%, maar Azië-Pacific groeide het snelst gedreven door een groeiende middenklasse in India en China. Europa hield een aandeel van ongeveer een kwart tot 27%, met een sterke opkomst van biologische en “clean label”-varianten. Lokale producten speelden sneller in op die evoluties. Verwacht wordt dat de markt gestaag verder groeit, gedragen door snackcultuur en opkomende markten, maar het middenveld van “gewone” chips staat onder druk tussen twee polen, goedkopere gezondere varianten enerzijds en dure premium/ambachtelijke chips anderzijds. Blijft daarbij de blijvende niet in te schatten onzekerheid van de evolutie van de aardappelprijs.