
De Brusselse Franstalige ondernemingsrechtbank heeft een beslissing over een mogelijk faillissement van de vastgoedgroep GH van Gérald Hibert uitgesteld tot 18 mei. Hibert heeft die tijdelijke redding te danken aan de Amerikaanse investeerder Eric Assimakopoulos. Die bekijkt of hij 500 miljoen euro kan investeren in het financieel wankelend imperium van Hibert. De advocaat van de Belgische banken BNP Paribas Fortis, KBC en ING is niet echt onder de indruk van de intentie van Assimakopoulos. Zijn drie cliënten hebben samen 300 miljoen euro gepompt in het vastgoed van Hibert. Ze willen het faillissement van de Brusselse vastgoedinvesteerder om daarna de activa te kunnen verkopen en zo alsnog hun leningen volledig of gedeeltelijk terug te krijgen.
Gérald Hibert was de grote afwezige in de zitting van de rechtbank eerder deze week. Hij bevestigde daarmee zijn reputatie van ‘lonely wolf’, onzichtbaar voor de pers en het publiek. De Ukkelse zakenman bezit een winkelvastgoedportefeuille van ruim 1 miljard euro in België en Frankrijk, maar kwam in de problemen onder druk van zware leningen. Wel opmerkelijk aanwezig in de rechtszaal was de Amerikaan Eric Assimakopoulos. Na de financiële crisis van 2008 verlegde die zijn focus naar de herstructurering en herkapitalisatie van noodlijdend vastgoed. Begin 2012 herstructureerde hij 170 miljoen euro aan schulden op drie vastgoedactiva bij twee grote banken in Centraal- en Oost-Europa. Daarna bleef hij in Europa waar hij aanvankelijk in België en Duitsland investeerde en vervolgens in Slowakije, hoofdzakelijk met holdings gevestigd in Luxemburg.Wat Hibert Betreft, zou Assimakopoulos overwegen 300 miljoen te lenen en 150 miljoen zelf te investeren.
Zijn advocaat vroeg extra tijd aan de rechtbank om het dossier van Hibert te bestuderen. Charles-Antoine Leunen, de advocaat van de Belgische banken, was niet onder de indruk. Hij wees erop dat hij het niet-ondertekende en niet-geadresseerde document van Revetas, anderhalve pagina lang, pas zondagavond had gekregen. Volgens Leunen staat het document vol vage beloftes en tegenstellingen en stellen de Amerikanen een reeks voorwaarden, waaronder twee tot drie maanden tijd voor het verdere boekenonderzoek. ‘Heeft het bedrijf nog tijd om die periode financieel te overbruggen?’, zo wordt Leunen geciteerd in de Tijd. ‘De banken zoeken al twee, drie, vijf jaar oplossingen. Alles is geprobeerd. Nu zijn we aan het einde van de rit gekomen. Er zijn geen alternatieven meer voor het faillissement.’ Opmerkelijk tenslotte is dat ook de procureur des Konings voor het parket tussenbeide kwam en op die manier het algemeen belang verdedigde. Gezien het grote passief en de dreigende impact van een faillissement op de Brusselse vastgoedmarkt vroeg hij eveneens uitstel.