Sommige bedrijfsleiders kunnen zichzelf niet wegcijferen uit hun bedrijf. De nu 75-jarige Jean-François Gribomont hoort zonder twijfel thuis in die categorie. Zijn textielgroep Utexbel met zetel in Ronse maakt bekend dat het nieuwe contracten heeft binnengehaald voor de productie van stoffen voor militaire uniformen bij het Duitse, Franse en Canadese leger. Daarmee verankert het bedrijf zich voor leveringen de komende zeven jaar die goed zijn voor een extra omzet van 150 miljoen euro. Utexbel is 3 jaar verwijderd van zijn 100ste verjaardag. Eigenaar en bedrijfsleider Jean-François Gribomont voerde de voorbije jaren een harde strijd om zijn bedrijf overeind te houden in een storm van milieugebonden kritiek op de locatie van zijn fabriek in Ronse. Twee jaar terug opende hij nog een nieuwe spinnerij in zijn dochterbedrijf in Settat, Marokko. Het nieuws nu leunt aan tegen de strijd voor een nieuwe vergunning.
Utexbel produceert zelf geen uniformen, maar maakt onder andere stoffen voor camouflage en levert die aan bedrijven die militaire kleding produceren. Het haalde contracten binnen voor uniformen van het Canadese, Duitse en Franse leger. Die zijn samen goed voor 1.000 kilometer stoffen per jaar, gedurende zeven jaar, goed voor 150 miljoen euro extra omzet. Utexbel haalde in 2024 een geconsolideerde omzet van 129 miljoen euro, goed voor een cash flow van 10 miljoen euro en een nettowinst van 2 miljoen euro.
Utexbel maakt garens en stoffen in een eigen spinnerij, weverij en ververij. Het specialiseert zich in technisch textiel met speciale eigenschappen, van vuurwerend tot bestand tegen scheuren, insecten en biologische wapens, of onzichtbaar voor nachtkijkers. Daarmee is het bedrijf niet alleen actief in de defensiesector. Het maakt ook stoffen voor politie- en brandweeruniformen of kleding voor ziekenhuispersoneel.
Om de nieuwe orders af te werken, moet het bedrijf de komende jaren extra mensen aanwerven. Het familiebedrijf telt ruim 850 werknemers, van wie er 550 in de thuisbasis in Ronse werken. Er zijn aparte productie eenheden in Ruien, Moeskroen, in het Noord-Franse Baisieux, noodzakelijk voor de Franse bestellingen, en er is een site in het Marokkaanse Settat nabij Casablanca.
Die nadruk op tewerkstelling is belangrijk voor het bedrijf dat af te rekenen kreeg met zware kritiek inzake zijn inplanting in het centrum van Ronse. Er is een historische bodemvervuiling met kankerverwekkende pfas en er loopt een rechtszaak over illegale lozingen van afvalwater in de Molenbeek. Buurtbewoners en milieubewegingen vechten de milieuvergunning van het bedrijf aan, maar moesten vorig jaar de duimen leggen in een beroepsprocedure tegen een tijdelijke vergunning die de Vlaamse regering afleverde. Het bedrijf kan met die vergunning nog verder tot mei 2027. De stad Ronse moet binnenkort beslissen over een nieuwe vergunning of aansturen op een verhuizing naar een nabijgelegen industrieterrein. Utexbel ziet een verhuizing evenwel niet zitten. ‘Ik zal pas rusten als we een vergunning hebben voor de volgende twintig jaar en ik zeker ben dat mijn mensen werkzekerheid hebben’, zei Gribomont aan de VRT.
Een jaar terug lanceerde Gribomont een open brief. “Ja, in het verleden hebben wij te maken gehad met milieuproblemen.”, zo schreef hij daarin. “Elk incident is er één te veel. Dat erkennen wij. Maar belangrijker is dat wij altijd maatregelen hebben genomen om problemen op te lossen en te voorkomen. Wat nu in het nieuws komt, zijn veelal oude kwesties die inmiddels zijn aangepakt, naast ongenuanceerde – en vaak foutieve – informatie over complexe technische dossiers en regelgeving. “ Een verhuis van het bedrijf is daarbij niet aan de orde: “Het idee dat we zomaar de financiële middelen hebben om naar een andere locatie te verhuizen, is ronduit onrealistisch. Onze studies in dit verband hebben aangetoond dat een budget van minimaal € 60 miljoen nodig zou zijn, wat ver boven onze mogelijkheden ligt. Onze langlopende contracten vereisen bovendien een gegarandeerde continuïteit. Een verhuis brengt altijd een tijdelijke productiestop en klantenverlies met zich mee. Bovendien zou een verhuis niets veranderen op vlak van het milieu.”