Familie Luc Tack [18]

Luc Tack

Vermogen € 1 222 158 000
Gekend als Picanol
Activiteit Textielmachines
Inplanting Ieper
Huidige positie 18


Meer dan tien jaar geleden stond hier de naam ‘Familie Steverlynck’ in plaats van ‘Luc Tack’. Tot dan klonk de naam Steverlynck als een klok in industrieel Vlaanderen. De familie was immers eigenaar van het beursgenoteerde bedrijf Picanol, met hoofdzetel in Ieper, een wereldleider in de productie van weefmachines. Interne verdeeldheid binnen de familie, te weinig flexibiliteit bij het management en slechte reacties op de wijzigende markt brachten het bedrijf echter naar de rand van de afgrond. Luc Tack slaagde erin een debacle te voorkomen.

In 2005 stapte hij in het bedrijf Picanol. Vier jaar later controleerde hij 90 procent van het bedrijf en organiseerde hij de sanering. ‘Het Picanol van Tack is een totaal ander Picanol dan dat van enkele jaren geleden’, zo schreef De Tijd op dat moment. Toen de familie Steverlynck nog de plak zwaaide, gaf het persconferenties in het Brusselse sterrenrestaurant Comme Chez Soi of in de ‘familievilla’ in Ieper, bij een driegangendiner met zilveren bestek, ver weg van de weefgetouwen. Gisteren werden de jaarcijfers toegelicht in de toonzaal met een PowerPointpresentatie en koffie achteraf. Dichtbij de machines die voor Tack de essentie van het bedrijf zijn. De technologie die hij in de kijker wil zetten.’

Luc Tack bouwde een divers netwerk van vennootschappen uit, eerst met Oostrowood, een producent van houten vloeren, later vooral met textielbedrijven zoals de weverijen Ter Molst en Oostrotex. Hij wordt erom geroemd al zijn textielbedrijven doorheen de crisis winstgevend te hebben gehouden. Tack weet ook de media te bespelen. Zo verklaarde hij bij de overname van Picanol dat hij zichzelf geen loon zou uitbetalen, zolang Picanol verlies leed. Hij hield woord. Hij kon de controle verwerven over Picanol door in 2009 een kapitaalverhoging te onderschrijven van 15 miljoen euro. Niemand geloofde toen nog in het bedrijf.

Nu heeft Tack zijn investering fors terugverdiend. ‘Ik geloofde in Picanol’, zo zegt Tack nu. ‘Zijn technologie is de beste ter wereld, we hebben het compleetste aanbod. Natuurlijk, 2008 en 2009 waren dramatisch en niemand wist hoe lang het ging duren. Ik had op dat moment al flink geïnvesteerd en kon dus twee dingen doen: doorbijten of opgeven. Ik heb me verder geëngageerd, maar wel met het nodige realisme. Ik heb intern altijd gezegd: met de kapitaalsverhoging is er geld om voort te doen, maar we zijn absoluut niet gered. Vandaag kan ik wel zeggen dat we weer in goeden doen zijn.’
Hetzelfde succesverhaal wil Tack nu overdoen bij het zwalpende beursgenoteerde chemiebedrijf Tessenderlo. Picanol nam een participatie van 27 procent in het bedrijf en Tack nam het management in handen. Zoveel succes kon niet onbeloond blijven. In 2014 werd Luc Tack uitgeroepen tot manager van het jaar.

Eind 2015 verraste Luc Tack vriend en vijand door een fusie aan te kondigen van Tessenderlo met Picanol. De nieuwe groep kreeg daarbij een beurswaardering mee van 2,1 miljard euro. Het maakte van Luc Tack meteen een miljardair. Maar dat feestje ging niet door. De institutionele beleggers blokkeerden de fusie en Tack moest op zijn honger blijven zitten.