Familie Van der Mersch [31]

Vermogen € 660 733 000
Gekend als Brederode
Activiteit Beheer van holdings
Inplanting Braine-l’Alleud
Huidige positie 31


De Belgische Warren Buffett, zo wordt Pierre van der Mersch volgens De Tijd vaak genoemd. Net zoals de Amerikaanse beleggersgoeroe bouwde hij een lege beursschelp uit tot een uit de kluiten gewassen holding. De goedlachse en schrandere van der Mersch kan uren vertellen over hoe hij uit het puin van dat koloniale en Belgische verleden ‘zijn’ Brederode heeft gesmeed, een holding die anno 2011 bijna 1 miljard euro beheert. Zijn andere bijnaam, ‘Maître Renard’, blijkt hij daarbij niet gestolen te hebben.

Het Brederode-verhaal begon in 1970, toen van der Mersch met de hulp van vrienden en familie Auxiliaire des Mines kocht, een steenkoolrestant. ‘Dat was ons eerste financiële werktuig dat ons van een hefboom voorzag’, zegt van der Mersch. ‘Brederode is gegroeid door steeds de hefboom te vergroten. Met het ene “werktuig” veroverden we een groter. Maar twee dingen moet je altijd in het oog houden: de winst en de nettoactiefwaarde per aandeel. Dat zijn de barometers, niet de beurswaarde of zo.’ Spilholding van de groep nu is Brederode. De ruim gediversifieerde portefeuille van genoteerde aandelen wordt actief beheerd. Hij bevat hoogkwalitatieve minderheidsparticipaties waarvoor meestal een ruime markt bestaat. De stock pickingbeheerstijl legt zich toe beleggingen in ondernemingen die als ondergewaardeerd op de beurs worden beschouwd en de beste rendabiliteits- en groeivooruitzichten bieden. Bijna een derde van de aandelenportefeuille van Brederode is nu belegd in olieaandelen. Consumptiegoederen zijn goed voor 16 procent en farmaceutica voor 13 procent.

De investeerder deelde ook in de klappen van het Fortis-debacle. ‘Fortis wilde de grootste van Europa worden en betaalde een veel te hoge prijs’, zo zegt van der Mersch daarover. ‘Het dubbele van de normale prijs. Ik ben ervan overtuigd dat de Fortis-toplui niet wisten dat ze voor 40 miljard euro toxische kredieten hadden gekocht. Dat is heel erg. Het is eigen aan het bankiersvak om te weten wat je koopt. En de risico’s te bestuderen. Een bankier die dat niet doet en die zich beroept op ratings van Standard & Poor’s, die moet gefusilleerd worden. Europa wil een eigen kredietratingagentschap. Maar wat zal dat veranderen? Ze zouden beter de ratingbureaus afschaffen. Dan kan iedereen weer voor zichzelf denken.’