Familie de Mévius [3]

Vermogen € 6 976 250 000
Gekend als AB Inbev en Verlinvest
Activiteit Beheer vermogen
Inplanting Londen
Huidige positie 3


De familie de Mévius is de kleinste van de drie familiale aandeelhoudersgroepen van de biergigant AB Inbev. Basis van het familiaal vermogen vormt het huwelijk van Eugène de Mévius met Amélie Willems, één van de twee dochters Willems, aandeelhouders van de brouwerij Stella Artois. Uit hun huwelijk komen drie kinderen waarvan twee dochters. Eén van die dochters huwt met een de Spoelberch waardoor één derde van het familiaal de Mévius vermogen opschuift naar die andere grote AB Inbev aandeelhouder de Spoelberch. Adolphe de Spoelberch huwde immers met Elisabeth Willems, de zus van Amélie. Het is hun kleinzoon Werner die zal huwen een kleindochter de Mévius. Een tweede dochter huwt met een telg van het adellijke geslacht van der Straten Ponthoz. Die tweede tak zal echter samengaan en later uitgekocht worden door de derde AB Inbev aandeelhouder Alexandre Van Damme. Enkel Grégoire de Mévius zal zijn 17 % in de brouwersgroep kunnen overdragen aan zijn mannelijke nazaten.

De belangrijkste daarvan is momenteel Frédéric de Mévius. Hij staat aan het hoofd van de holding Verlinvest. Die stroomlijnt de dividenden die de families de Spoelberch en de Mévius incasseren naar nieuwe investeringen in andere sectoren dan brouwerijen. Verlinvest staat nu voor 2 miljard euro maar kan uitgroeien tot een holding van 5 miljard euro. Enkele jaren terug vertelde hij daarover in één van zijn wel zeer uitzonderlijke interviews het volgende: “Als je alleen een financier bent, kan je je vermogen beter toevertrouwen aan een bankier en beleggen. Dan kan je voor de rest van je leven rentenieren en moet je enkel wat vergoedingen betalen. Bij Verlinvest is de ervaring anders. Hier zitten we met de familie rond de tafel om beslissingen te nemen over concrete dossiers. De raad van bestuur is het orgaan waar de knopen worden doorgehakt. We besteden dat niet uit aan een afzonderlijk investeringscomité. In die zin zijn we geen klassiek fonds. We zijn ondernemers.”

Ondanks al dat financieel geweld houdt de Mévius vast aan zijn biologische roots. Ook letterlijk. De Mévius opnieuw: “Op het Domaine de la Falize, het landgoed van mijn familie, heb ik geleerd de lat professioneel hoog te leggen. In 2001 werden we geconfronteerd met vervuild grondwater door jarenlange bemesting met nitraten. Mijn neven en ik hebben toen het plan opgevat om 250 hectare traditionele landbouwgrond om te zetten naar biologische teelt. In vijf jaar wilden we bewijzen dat die manier van werken even rendabel kon zijn als de klassieke landbouw. Met succes. Door lokale verkooppunten te ontwikkelen en alles samen te brengen onder één merknaam – Terres de Renaissance – compenseerden we de terugval van de oogst per hectare met een verkoopprijs die hoger lag dan voordien. Het was een bijzonder mooi project. Vandaag zijn we een van de grootste biologische landbouwdomeinen van België.”