De familie Joskin [463]

Vermogen € 37 262 000
Gekend als Joskin
Activiteit Productie van landbouwwerktuigen
Inplanting Soumagne (provincie Luik)
Huidige positie 463


In 1968 vestigde Victor Joskin, de zoon van kleine boeren, zich als landbouwer in de regio Soumagne. Maar de jongeman heeft ambitie. Op 20-jarige leeftijd besluit hij om een klein bedrijfje op te richten dat gespecialiseerd is in landbouwwerkzaamheden. Het idee is om de aankoop van dure machines voor de eigen familieboerderij te financieren met de opbrengst van diensten geleverd aan boeren uit de streek.

Het bedrijf Joskin diversifieert echter zeer snel, eerst in de richting van de reparatie van machines, daarna naar de invoer van landbouwmachines, met name van de liften van strobalen. Het echte keerpunt komt er in 1984, met de start van de productie van mesttankwagens. Deze grote tanks worden gebruikt om vloeibare mest te storten op de gewassen. Deze machines sluiten perfect aan op de noden van de boeren in het Land van Herve, bij uitstek een regio van veeleisende graslanden.

Hoewel het merk Joskin bekend staat om zijn verdelers van vloeibare mest, wordt het productgamma snel aangevuld met weidebeluchters, mestinjectoren en andere tankwagens. Kortom, zowat alles wat achter een tractor hangt. Maar aan het einde van de vorige eeuw wordt het bedrijf geconfronteerd met een tekort aan mankracht. Met name lassers zijn erg moeilijk te rekruteren.

Victor Joskin vindt de oplossing in het buitenland. In 1999 koopt hij een Pools prefab productiebedrijf in Trzcianka, ongeveer 100 kilometer ten noorden van Poznan. Waarom precies Polen? Het was een Poolse ingenieur, een medewerker van Joskin, die voorstelde om in zijn land te investeren. “Ik heb in verschillende landen prospectie gepleegd, ik moest in totaal ongeveer 40 fabrieken bezoeken, maar Polen kreeg de voorkeur omdat het het grootste landbouwland in Oost-Europa is.” zo zegt Joskin nu. Een ander sterk argument is dat de arbeidskrachten er merkbaar goedkoper zijn dan in België. Op vandaag verdient een Poolse werknemer twee keer minder dan zijn Belgische tegenhanger en daarbij kost hij het bedrijf drie keer minder.