Eddy Merckx, 80 jaar en welgesteld

(Foto: Belga Images)

Massaal media aandacht voor de 80ste verjaardag van Eddy Merckx, het grootste wielerfenomeen dat dit land heeft gekend. Merckx maakte carrière in een tijdperk dat wielrenners nog hun eigen fietsen moesten betalen. Toch slaagde hij er in voor zichzelf en zijn gezin een leven zonder financiële zorgen uit te bouwen. Ook al omdat ‘de kannibaal’ zoals hij wordt genoemd ook getuigt van een zakelijk instinct. Alom bekend voor zijn eigen fietsenmerk was Merckx wel van meer markten thuis. Zo investeerde hij bijvoorbeeld samen met de apotheker Willy Jeandarme in Emerexil, een spieropwarmend product dat zijn naam meekreeg. Eddy Merckx kon naast zijn dagelijkse uitgaven een vermogen opbouwen dat we schatten op 5 tot 6 miljoen euro.

Tijden veranderen. Tijdens zijn vele interviews naar aanleiding van zijn verjaardag zegt Merckx dat hij niet achterom kijkt maar enkel naar vandaag. Dan ziet hij renners zoals Lance Armstrong die ondanks zijn controversiële verleden miljoenen heeft verdiend met overwinningen, sponsordeals en investeringen. Zijn vermogen wordt geschat op meer dan 50 miljoen dollar. En Tadej Pogačar, de jonge Sloveen die nu al een van de best betaalde renners is, met een contract bij UAE Team Emirates dat naar verluidt meer dan 6 miljoen euro per jaar oplevert.

In Merckx zijn tijd was dat anders. Hij bouwde zijn carrière uit van 1965 tot 1978. “Ik heb mijn eerste auto gekocht in mijn derde jaar als beroepsrenner. Toen ik wereldkampioen werd, kreeg ik 125.000 frank per jaar.” zo vertelde hij daarover. Dat loon was minder dan een wat een doorsnee arbeiders verdiende. Wielrenners waren verplicht veel te koersen om met winstpremies geld te verdienen. Merckx en zijn tijdsgenoten koersten tot 160 dagen per jaar, iets wat vandaag de dag ondenkbaar is. De eerste plaats in een criterium was in die periode 10.000 frank waard, zo’n 250 euro.

“Wij waren onmondig en wisten niet beter.” zo vertelde zijn generatiegenoot Walter Godefroot daarover. “Moeder en vader werkten in de fabriek, wij waren tevreden met alles. Wij waren al blij als we een profcontract kregen. Terwijl we minder verdienden dan het loon van een arbeider.” En Patrick Sercu: “Je moest rijden om prijzengeld te verdienen. Waarom heeft Rik Van Looy twee winters lang alle zesdaagsen meegereden? Niet omdat het de optimale voorbereiding was op het voorjaar. Het waren ook niet toevallig de winters nadat hij wereldkampioen was geworden. Met zijn regenboogtrui kreeg hij pas dikke contracten. Dat was voor het geld, en alleen daarom.”

Renners kochten in die tijd nog al hun eigen materiaal. Eddy Merckx: “Zelfs bij Peugeot was dat zo: wielen, tubes, ik kocht het allemaal zelf. Daarom was het ook zo’n verademing om in Italië te fietsen. Het is geen toeval dat alle groten van die tijd in Italië wilden rijden. Er was een structuur, organisatie, medische begeleiding.”

Merckx won in zijn carrière 525 koersen waaronder alle grote klassiekers. Na zijn wielercarrière viel hij niet in een zwart gat. De sportman is geboren in een familie van neringdoeners. Hij groeide op in de kruidenierswinkel van zijn ouders in Sint-Pieters-Woluwe. Aan het einde van zijn sportcarrière kocht hij vooruitziend verschillende appartementen in Evere, die hij verhuurde. Later verkocht hij shirts met zijn naam erop en gaf hij zijn naam aan een bedrijf dat helmen produceert. (Lees verder onder de foto)

All right Darby, paard van het jaar in 1986 uit de stal Jeandarme.

Minder bekend is zijn samenwerking met de Limburgse apotheker Willy Jeandarme. Die had een formule ontwikkeld om de spieren op te warmen, iets wat Merckx gebruikte tijdens het wielrennen. Daarna gingen de twee mannen een samenwerking aan en besloten ze het product op de markt te brengen onder de naam Emerxil. In 1985 zou dat merk onder meer sponsor zijn van de Lotto wielerploeg. Jeandarme van zijn kant was ook succesvol als eigenaar van een paardenstal waar hij vooral renpaarden trainde. Meest bekende is wellicht “All right darby”, een paard uit de stal van Jeandarme dat slechts 30 drafrenner reed maar er wel 21 van won. Emerexil werd geen blockbuster maar ging ook niet failliet. Merckx en Jeandarme waren samen aandeelhouder van Merxil dat het product verdeelde tot het bedrijf in 2010 werd vereffend.

Meer bekend is het fietsenbedrijf dat hij onder eigen merknaam oprichtte in 1980. Dat bedrijf werd in Belgische frank een succes. Op het hoogtepunt beschikte Merckx daarbij over bijna 60 miljoen Belgische frank, of nu goed voor 1,5 miljoen euro. Het bedrijf laat wel toe dat Merckx met zijn gezin riant kon leven zonder geldzorgen. Op de vraag van een journalist wie zijn leven ingrijpend heeft veranderd, luidde het antwoord: “Ugo De Rosa. Hij heeft mij aan­gespoord om na mijn carrière een fietsfabriek te beginnen in België. Twee jaar geleden is hij overleden en ik ben speciaal voor zijn begrafenis naar Milaan gereisd.”

Eddy Merckx kent de waarde van geld. En ook de relativiteit er van. Als kind kreeg hij elke week 5 Belgische frank zakgeld, net genoeg om er één ijsje van te kopen. Wanneer hij als jongen op school zat, gingen vrienden van de jonge Merckx naar de Côte d’Azur op vakantie. “Ik heb mijn vader gevraagd waarom wij altijd naar de Noordzee gingen, aldus Merckx. Zijn antwoord: “Je moet nooit naar boven kijken, maar naar beneden. Met andere woorden: er zijn anderen die het slechter hebben dan jij!” (Lees verder onder de foto)

Eddy Merckx die eerder al tot baron werd geadeld op bezoek bij de koning. (Foto: Belga Images)

Een goede 15 jaar terug werd het beroep van fietsenproducent steeds moeilijker. Nieuwe materialen deden hun intrede en de technologie werd steeds belangrijker. In 2008 verkoopt Merckx de meerderheid van zijn bedrijf aan Sobradis, de holding van de familie Joris Brantegem, de oprichter van Brantano. Daarna moet Merckx met lede ogen toekijken hoe het de verkeerde kant uitgaat met zijn fietsenfabriek. Er volgt een wissel aan de top. Kurt Moons, de voormalige CEO van Brantano, komt aan boord om schoon schip te maken bij Eddy Merckx Cycles. Nadien volgt een extra kapitaalronde, waarbij de holding Diepensteyn van Jan Toye aan boord komt, samen met een aangescherpte strategie.

Die laatste, bekend als de vroegere bouwer van Palm, beleeft weinig plezier aan de fietsenfabriek en het merk. In 2018 stoot hij het geheel af met een overgedragen verlies van 10 miljoen euro. Overnemer is Jochim Aerts, de oprichter en eigenaar van Ridley, het grootste Belgische racefietsenbedrijf. Aerts brengt de merken Ridley en Merckx samen onder de koepel Belgian Cycling Factory (BCF). “Er zijn pijnlijke dingen gebeurd. Bij de Brantano-groep gingen ze er te licht over. Ze dachten blijkbaar dat een fiets iets als een schoen is”, zegt Aerts in gesprek met Trends. Nu profiteert het merk Merckx van de groei van het dealernetwerk van BCF en keren de winstcijfers terug. Maar dan is Eddy Merckx zelf al lang geen aandeelhouder meer.

Heeft u meer verdiend als wielrenner of als ondernemer?” vraagt een journalist van de Tijd. “Dat is een lastige vraag, zegt Merckx. Ik ben 13 jaar profwielrenner geweest… het moet ongeveer evenveel hebben opgebracht.” In het begin van zijn carrière kocht Merckx een paar appartementen in Evere. “Ik heb dat gedaan omdat ik wist dat het voor een wielrenner snel voorbij kan zijn. Ik verhuurde die appartementen. Later heb ik dan ook voor mijzelf een huis laten bouwen en een deel weggezet om te sparen.” zo zegt hij. Zijn duurste aankoop noemt hij zijn horloge. “Maar eigenlijk koop ik meestal geen erg dure dingen, zoals een Ferrari of zo. Ik heb dat niet nodig, want ik heb echt alles. Soms koop ik nog wel eens juwelen voor mijn vrouw, maar dat zijn geen enorm grote bedragen. En als ik een fiets van mijn eigen merk weggeef aan iemand, dan koop ik die ook zelf.” In 2022 vereffend Merckx zijn laatste vennootschap Eddy-Publi, nog goed voor een vermogen van 0,6 miljoen euro. Op vandaag beheert zijn dochter Sabrina Merckx nog de vennootschap Sabax, goed voor 0,4 miljoen euro.