Jean-Marie Delwart, 30 jaar lang het boegbeeld van Floridienne en eigenaar van het domein van Argenteuil, is overleden. Hij zou in mei dit jaar 85 jaar worden. Hij studeerde natuurkunde en scheikunde aan de UCLouvain en biologie in Parijs en wijdde zijn leven aan de toegepaste wetenschappen door ongeveer 80 bedrijven op te richten en over te nemen die actief waren in nichemarkten. Mensen die hem kenden, herinneren zich zijn discussies over slakken, echtscheidingen bij mezen, de sociologie van kippen of het leven in een wespennest.De achterkleinzoon van Ernest Solvay was dertig jaar oud toen hij als onderzoeker bij Floridienne in dienst trad. In 1981 werd hij algemeen directeur en transformeerde hij de holding, gespecialiseerd in de winning van fosfaten in Florida, tot een specialist in chemie, agrovoeding en biologie. Hij zette ook voet aan de grond in de sector van de batterijrecyclage. Dankzij zijn passie voor slakken kon Floridienne zich ontwikkelen in de parafarmacie.
Delwart richtte ook Chemcom op, een wereldwijde referentie op het gebied van moleculaire en cellulaire biologie van het menselijk reukvermogen, dat een kunstmatige menselijke neus ontwikkelt dankzij een cartografie van de reukreceptoren. Zijn vertrek bij Floridienne zal een ware saga worden. In 2004, op 64-jarige leeftijd, draagt hij het voorzitterschap over aan Philippe Bodson. Drie jaar later komt het tot een conflict. Bestuurder Jean-Marie Delwart, die samen met zijn ‘bondgenoten’ ongeveer 25-30% van het kapitaal in handen heeft, en de familie Waucquez – met wie hij een tijdlang op vriendschappelijke voet de controle over Floridienne deelde – raken verwikkeld in een interne machtsstrijd. Delwart verwijt Bodson uiteindelijk dat hij heeft samengewerkt met de familie Waucquez en dat ze nu een openbaar overnamebod op de holding moeten uitbrengen. Delwart geeft de strijd op. Hij wordt tijdens de algemene vergadering van 2008 ontslagen en sluit definitief het hoofdstuk Floridienne af.