← Terug naar De Lijst

#347 in De Lijst

Familie Gillion

€70,4 mln

De geschiedenis van de familie Gillion is verweven met de architecturale geschiedenis van Brussel. In 1918 richtte René Gillion een onderneming op gespecialiseerd in constructies van gewapendbeton. Tot de eerste verwezenlijkingen behoorden het indrukwekkende NIR-gebouw aan het Flageyplein, het gemeentehuis van Vorst en de Résidence Palace tussen de Wetstraat en de Belliardstraat. In de jaren dertig, bij het overlijden van zijn vader, nam Fernand Gillion de leiding van het familiebedrijf op zich. Bij zijn terugkeer uit Afrika in 1959, net voor de onafhankelijkheid van Congo, wilde hij een grootse constructie neerzetten. Hij aarzelde lang tussen een toren en een winkelgalerij.

Om de Guldenvliesgalerij te kunnen bouwen kocht hij perceel per perceel, huis per huis. De Guldenvliesgalerij, ook gekend als Toison d’Or, vormt tot op vandaag de ruggengraat van het vermogen van de familie. Tot kort voor zijn overlijden in 2005, op 96-jarige leeftijd, hield Fernand Gillion de touwtjes zelf in handen. De familie leefde op de eerste plaats van het vastgoedpatrimonium en minder van de aannemerij. Op die manier kwam het familiale bouwbedrijf in tegenstelling tot veel andere Brusselse bouwbedrijven als onafhankelijke onderneming uit de moeilijke jaren tachtig. Het bouwbedrijf Ets. Gen. F. Gillion & Fils is tot op vandaag in handen van de familie.

Fernand Gillion kreeg drie zonen. Jean-René, Roland en Michel zijn vandaag zeventigers. De bouw- en vastgoedactiviteiten zijn in handen van Philippe Gillion (zoon van Jean-René), prins Amaury de Mérode (schoonzoon van Roland) en Rodrigue (zoon van Michel). In 2006 kwam de familie publiek in het nieuws toen bekend werd dat ze de successierechten op het fortuin van Fernand Gillion integraal zou betalen via de schenking van de art-nouveaucollectie ‘Gillion-Crowet’ aan het Brussels Gewest. Dat aanvaardde een inbetalingsgeving ter waarde van 21,7 miljoen euro.

In 2004 verkocht de familie 50 procent van de Toison d’Or aan de Nederlandse bankengroep ING. In mei 2010 werd de galerij heropend na een drie jaar durende renovatie van 20 miljoen euro. Het oorspronkelijk concept uit de jaren zestig, met een tachtigtal winkeltjes van 30 tot 40 vierkante meter in een labyrint van gangen, was hopeloos verouderd. De renovatie bleek een succes. De galerij ligt op een topligging in de bovenstad, vlakbij het Louizaplein en de Elsensesteenweg. De 15.000 vierkante meter verkoopoppervlakte werd behouden, maar het aantal winkels werd gehalveerd. De grote trekker is de tweede Fnac-vestiging in Brussel. Eén jaar later, in 2011, werd het volledige complex te koop aangeboden voor een bedrag tussen 60 en 70 miljoen euro. En in 2012 nam het Brits investeringsfonds Puprim het gebouw voor 62 miljoen euro over.

Nieuws over Familie Gillion

Privacy Overview
De Rijkste Belgen

This website uses cookies so that we can provide you with the best user experience possible. Cookie information is stored in your browser and performs functions such as recognising you when you return to our website and helping our team to understand which sections of the website you find most interesting and useful.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie-instellingen kunnen opslaan.

Cookies van derden

Deze site gebruikt Google Analytics om anonieme informatie zoals bezoekersaantallen en meest populaire pagina's te verzamelen.

Door deze cookie aan te laten staan help je onze site te verbeteren.

Extra cookies

Deze site gebruikt de volgende aanvullende cookies:

(Maak een lijst van de cookies die je hier op de site gebruikt.)