
Het Franse Openbaar Ministerie voor Financiële Zaken (PNF) overweegt vervolging in te stellen tegen 25 personen in het dossier “Dubai Papers”. Ze worden ervan verdacht twintig jaar lang een complex systeem te hebben opgezet waarmee honderden belastingplichtigen op grote schaal fraude hebben gepleegd. De vervolging is gericht tegen drie bedrijven waaronder Hélin International. Onder de verdachten bevindt zich een trio dat wordt beschouwd als de hoofdverdachten van het systeem: de Belgische prins Henri de Croÿ, 66 jaar, zijn broer Emmanuel de Croÿ, 67 jaar, en de Italiaanse Maria de Fusco, 60 jaar. In België werd Henri de Croÿ in 2015 definitief vrijgesproken van het opzetten van frauduleuze kasgeldvennootschappen voor een 20-tal vermogende Belgen. De advocaten van De Croÿ lieten de rechtsgang 17 jaar lang aanslepen. Maar enkele jaren later werd een nieuw dossier opgestart. Het Franse huidige onderzoek omvat nu ook het Belgische luik. De “zwarte prins” heeft zijn offshore activiteiten blijkbaar nooit stop gezet.
Het Franse dossier van de “Dubai Papers”, dat in september 2018 in de Franse pers verscheen, was gebaseerd op een lek van 200.000 bestanden, memo’s, e-mails, brieven en faxen. Het PNF had een onderzoek ingesteld op basis van de inhoud van een USB-stick die op 31 januari 2019 anoniem was overhandigd. Volgens voorlopige schattingen zou 200 miljoen euro aan vermogen door 322 Franse belastingplichtigen voor de fiscus zijn verborgen. Daarmee zou en bedrag van 50 miljoen euro zijn gemoeid wanneer rekening wordt gehouden met de ontweken bedragen, boetes, verhogingen en sancties.
De Franse financiële speurders spreken van “een georganiseerd, hiërarchisch en ondoorzichtig systeem dat gedurende meer dan twintig jaar zijn klanten massale en systematische hulp heeft geboden bij belastingfraude en witwassen” door middel van “geavanceerde financiële en juridische engineering, aangepast aan hun specifieke behoeften” en “voortdurende aanpassing aan veranderingen in de regelgeving en wetgeving”. Henri de Croÿ zou de “belangrijkste aanstichter, architect en drijvende kracht” zijn, maar ook “de belangrijkste financiële begunstigde”. In een interview met het Franse persbureau AFP verklaarde zijn advocaat, Emmanuel Marsigny, dat hij “kennis neemt” van het feit dat er na zes jaar onderzoek ‘eindelijk’ een contradictoire procedure wordt geopend, waardoor “de verdediging de rechten kan uitoefenen die haar nu toekomen”.
Op weg naar Ras al-Khaïmah
Vijf jaar terug kwam de witwasprins Henri de Croÿ ook terug in België in de actualiteit. Justitie kon toen 61 Belgen identificeren die gebruik maakten van het witwas circuit dat de Croÿ opzette vanuit de Arabische emiraten met zijn groep Helin. 15 onder hen bekenden schuld en vroegen een regularisatie aan bij de belastingdiensten. Van die 61 geïdentificeerde Belgen situeren er zich 19 in Waals-Brabant, 12 in Brussel en 9 in Halle-Vilvoorde. Deze geografische opdeling onderlijnt dat de Croÿ zijn frauderende klanten voornamelijk ronselde onder Franstalige vermogende Belgen al dan niet met adellijke connecties. I
De Belgische prinsen Henri en Emmanuel de Croÿ waren jarenlang met hun bedrijf Helin het kanaal waarlangs tientallen miljoenen euro’s zwart geld werden weggesluisd uit Europa. Een onderzoek door Franse journalisten gecoördineerd door Radio France leerde hoe vanaf 2010 beide broers hun activiteiten verleggen van Frankrijk en Luxemburg naar de Verenigde Arabische Emiraten. Het onderzoek leert hoe het systeem van Helin werkt en hoe het de anti witwassystemen van de OESO ontvlucht. De onderzoeksjournalisten van onder meer Radio France maakten onder meer gebruik van getuigenissen van jonge mensen die offshore rekeningen erfden van hun ouders. En meteen ook een probleem van repatriëring van zwart geld erfden. Een eerste opmerkelijk detail, in de meeste van die families was het zwart geld een taboe. Er werd niet over gesproken op zondag bij het aperitief. Alles bleef discreet bedekt.
De “zwarte prinsen” de Croÿ werkten initieel vanuit Frankrijk met offshorebedrijven die valse facturen opmaakten en op die manier overtollige cash frauduleus uit vennootschappen lieten afvloeien naar Luxemburg en Zwitserland. Dat gebeurde zeker van 2002 tot 2018, leert het onderzoek, ook voor Belgische klanten. Helin maakte daarbij gebruik de Britse schermvennootschappen Europe Master Direct, European Management Distribution, Woodreach Sales Limited en van Fortchings, een offshore bedrijf in Hongkong.
Helin neemt 7 % op de transacties van het zwart geld. De “aanbrenger” krijgt 3 %. Die aanbrengers zijn advocaten, notarissen en accountants. Globale kost voor wie zijn zwart geld wil versassen: 10 %. De broers de Croÿ raadden de erfgenamen van zwart geld af om hun dossiers te regulariseren, ongetwijfeld om zichzelf af te schermen. Ze stelden wel systemen voor om het zwart geld alsnog te recupereren. Helin gebruikte daarbij een drietal technieken. Vooreerst de oprichting van een vennootschap annex bankrekening in Ras al-Khaïmah, één van de zeven Arabische Emiraten. Dat zou de geldtransfers naar Europa vergemakkelijken. Ook Cyprus werd dikwijls gebruikt als uitvalsbasis en wel via de omstreden bank FBME. Een tweede techniek is het gebruik van anonieme voorbetaalde kredietkaarten, voorbehouden voor “trouwe klanten”. Die lieten toe bepaalde cash bedragen tot 250.000 euro anoniem af te halen. Helin kocht de prepaid kaarten over van haar trouwe klanten en verkocht die terug aan haar witwassers. Dat is wel een kwetsbaar systeem. Henri de Croÿ zelf noemt het in zijn mails “de achillespees” van Helin.
Het huidige Franse PNF dossier is blijkbaar verder gebouwd op het Belgische dossier.