
De nu 60-jarige Giovanni Ferrero, de Rijkste Italiaan met een vermogen van 30 miljard euro en eigenaar van onder meer de smeerpasta Nutella, loopt bijzonder in de Belgische kijker. Niet enkel resideert hij met zijn gezin in zijn Brusselse villa, ook zijn koekjesholding CTH Invest, eigenaar van onder meer het merk Delacre, is in Brussel gehuisvest. Giovanni Ferrero is de vertegenwoordiger van de derde generatie van de Italiaanse familie die in 1946 van start ging in het stadje Alba in de provincie Piedmont. In Alba hoor je tijdens het toeristisch seizoen evenveel Vlaams en Nederlands als Italiaans praten. Maar het stadje met zijn 31.000 inwoners blijft overheerst door de familie Ferrero. Een grote productie-eenheid van Nutella stuurt bijwijlen geurwolken van chocolade over het centrum. En Michele Ferrero richtte er zijn eigen stichting op, speciaal gericht naar het welzijn van werknemers die minstens 25 jaar in het bedrijf hebben gewerkt. In Alba liet de vader van Giovanni een kunstwerk ontwerpen dat op de fontein in de centrale markt werd geplaatst. Het werk toont het meisje genaamd Alba en is 12,5 meter hoog. De stempel van de familie Ferrero is in Alba nooit ver weg.
In 1946 gingen de broers Pietro en Giovanni Ferrero van start in Alba met een kleine familiebanketbakkerij. Pietro was de drijvende kracht achter innovatie en creativiteit. Later gaf hij het bedrijf over aan zijn zoon Michele Ferrero. Die stond bekend om zijn liefde voor experimenteren: zijn vrienden noemden hem liefkozend “de wetenschapper” omdat hij altijd op zoek was naar nieuwe smaken en texturen. Giovanni, de broer van Pietro, was het commerciële genie van het duo. Hij hielp het bedrijf een nationaal commercieel netwerk op te bouwen, waardoor Michele zijn nieuwe creaties in heel Italië kon testen en aanbieden.
De belangrijkste van die innovaties was de smeerpasta Nutella. Na de Tweede Wereldoorlog was chocolade een dure basisgrondstof. Daarom gingen de broers Ferrero op zoek naar een alternatief. En dat vonden ze in de hazelnoot, na de druif het belangrijkste lokale product van Alba. Nutella werd een wereldwijd succes. De Ferrero Groep is vandaag de dag een van de grootste chocoladefabrikanten, met bijna 35 iconische merken zoals Kinder, Nutella, Ferrero Rocher en Tic Tac, die in meer dan 170 landen worden verkocht. (Lees verder onder de foto)

Die internationale groei brengt Michele Ferrero al snel naar België. In 1958 besluit hij een verkooppunt te openen in Brussel om Mon Chéri op de markt te brengen. Zo zet hij de eerste stappen in België om van zijn bedrijf een speler van Europese allure te maken. Om zijn producten efficiënt te kunnen distribueren, heeft Ferrero in 1975 een eerste magazijn opgezet in Ternat. In 1989 werd een productie-eenheid – Ferrero Ardennes – geopend in Aarlen. In die tijd maakte de staalindustrie een crisis door die ernstige gevolgen had voor de werkgelegenheid in het zuiden van het land. De nieuwe werkgelegenheid die Ferrero bood, was dan ook meer dan welkom. De inhuldiging van de fabriek vond plaats in aanwezigheid van koning Boudewijn. Vandaag telt de fabriek acht productielijnen en is ze de exclusieve fabrikant van Kinder Schoko-Bons wereldwijd. Binnen de Ferrero-groep is Ferrero Ardennes ook de grootste productiesite van Kinder Surprise. Dagelijks rollen er ongeveer 20 miljoen Kinder Schoko-Bons, 1 miljoen Kinder Surprises en 4 miljoen Raffaello’s van de lopende band. Er werken 1.000 mensen voor de groep in België. In zijn thuisbasis Alba richtte Michele Ferrero ook een familiale stichting op die zich richt naar het welzijn van de werknemers die minstens 25 jaar voor de familie hebben gewerkt. (Lees verder onder de foto)

Hoe kwam de Ferrero fabriek in Aarlen terecht? Dat was grotendeels het werk van wijlen Jacques Planchard, christen democratisch politicus, toenmalig gouverneur van de provincie Luxemburg, sublieme netwerker en goed bevriend met wijlen koning Boudewijn. Planchard was gouverneur van Luxemburg van 1977 tot 1996. Gedurende heel die periode moest hij toezien hoe de zware staalindustrie langzaam verdween uit zijn provincie, net als de tewerkstelling.
Planchard bleef niet bij de pakken zitten. Hij reisde af naar de VS en ging actief zoeken naar Amerikaanse investeerders voor zijn regio. Hij kon daarbij kwistig gebruik maken van federale subsidies. Zo is het verhaal bekend hoe hij in 1977 op de tarmac van een regionale luchthaven in Latour een ’deal’ sluit met de Amerikaanse groep Champion. Die gaan een nieuwe fabriek bouwen in Aubange. Planchard belooft 10 miljoen euro subsidie of 25.000 euro per gecreëerde job. Hij tekent de documenten met de Amerikanen, die op het punt staan te vertrekken, op de motorkap van zijn wagen.
Planchard, geboren in Virton, haalt een MBA in Florida, VS. Hij start zijn carrière bij de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, de voorloper van de EU. Hij ziet de dossiers altijd groot. En in die tijd is hij als gouverneur ook de vertegenwoordiger van de koning, Boudewijn in casu. Tussen beide mannen zal een vertrouwelijke band groeien. Boudewijn en Fabiola zijn te pas en te onpas in Luxemburg om er één of ander lint door te knippen. In 2004 wordt Planchard door koning Albert, de broer van Boudewijn, benoemd tot baron. (Lees verder onder de foto)

Planchard belichaamt ook wat in het zuiden van het land “le consensus luxembourgeois” wordt genoemd. Een lokaal verankerde identiteit van de Ardenners. Bij Planchard is die verankerd in de toen nog sterke Waalse christen democratische politieke partij PSC, later het fel verzwakte CdH, van Charles-Ferdinand Nothomb en meer discreet Guy Lutgen, beiden ook Ardenners.
Eén van de dossiers die Planchard afrondde, was dat van Ferrero. In 1989 is Michele Ferrero, zoon van Pietro en vader van Giovanni, op zoek naar een vestigingsplaats voor de bouw van een nieuwe fabriek waar de rotspraline Ferrero Rocher zal worden gemaakt. Het is Jacques Planchard die Ferrero er weet van te overtuigen dat hij zijn fabriek tussen de rotsen van de Ardennen moet plaatsen. De Italiaanse industrieel had ook al een katholieke band gevonden tussen hem zelf en koningin Fabiola. Michele Ferrero was ongetwijfeld gecharmeerd door de Ardeense rotsen maar nog meer door de Belgische subsidies. Mee gesteund door koning Boudewijn wordt de bouw van de fabriek in Aarlen fors ondersteund door de lokale en federale autoriteiten.