Experta: Panama olievlek bereikt de Wetstraat

ExpertaDexia Groep heeft rijke klanten op grote schaal geholpen aan schermvennootschapen in Panama en andere exotische belastingparadijzen. De klanten kregen de vennootschappen om bankrekeningen in Luxemburg, Zwitserland en Jersey verborgen te houden. De Panamaroute van Dexia werd georganiseerd door Dexia Banque Internationale à Luxembourg (Dexia BIL) en het dochterfiliaal Experta. Experta boekt daarbij het record wereldwijd de meeste offshorebedrijven te bestellen bij het Panamese advocatenkantoor Mossack Fonseca, van waaruit de Panama Papers zijn gelekt. Alleen al het Luxemburgse Experta-filiaal kocht 1.659 vennootschappen in Panama, op de Britse Maagdeneilanden en in andere exotische locaties. Uit de documenten blijkt dat het hoofdkwartier van Dexia in Brussel op de hoogte was van de praktijken in Luxemburg. Dit bericht van het ICIJ journalisten consortium De Tijd, Knack, MO en Le Soir bedreigt daarmee rechtstreeks de Wetstraat. Dexia was immers in handen van de de Gemeentelijke Holding, in de raad van bestuur van Dexia vertegenwoordigd door nationale politici, en Arco, de investeringsmaatschappij van de christelijke werknemersbeweging, dat eveneens twee bestuurders had.



Het systeem dat door Dexia werd opgezet begon in de jaren ’90 en ging door tot aan de ontmanteling van de groep eind 2011. Dat betekent dat Dexia zelfs nadat de groep in september 2008 gered moest worden met 3 miljard euro Belgisch belastinggeld nog jaren klanten hielp om via Panama belastingen te ontlopen.

Het Brusselse hoofdkantoor van Dexia Groep was op de hoogte van het offshoresysteem dat zijn private bank in Luxemburg op poten had gezet. Dat bewijzen onder andere nota’s over de contacten tussen Dexia-mensen in Luxemburg en medewerkers van het kantoor Mossack Fonseca. ‘Elke beslissing moet worden goedgekeurd door het hoofdkantoor in Brussel’, wordt de mail geciteerd. Bovendien zetelden doorheen de jaren tal van Belgen in de raad van bestuur van Dexia BIL, zoals ex-premier Jean-Luc Dehaene en de Dexia-toplui Axel Miller, Stefaan Decraene en François Narmon, zo schrijft de Tijd.

Dankzij de royale steun van de Belgische en Franse belastingbetalers kon Dexia ook na 2008 nog voluit voortgaan met het opzetten van offshoreconstructies in belastingparadijzen.

“De Belgische belastingbetalers hebben reden om zich zwaar bedrogen te voelen, zo schrijft Tijd-commentator Stefaan Michielsen. Dexia is in 2011 uit elkaar gevallen, een aantal van de betrokkenen zijn overleden. Dat belet niet dat deze onfrisse zaak uitgespit moet worden. Wie wist wat wanneer? Waarom konden deze praktijken zolang aanhouden? Waarom heeft nooit iemand aan de alarmbel getrokken? Wie heeft zijn controlejob niet goed gedaan? Het zijn vragen waarop een antwoord moet komen.”