Alexandre Van Damme [1]

Vermogen € 17 295 241 000
Gekend als AB Inbev
Activiteit Beheer vermogen
Inplanting Brussel en Zwitserland
Huidige positie 1


Van de brouwer Albert Van Damme wordt verteld dat hij elke frank drie keerde omkeerde voor hij hem uitgaf. Van zijn kleinzoon Alexandre Van Damme wordt gezegd dat hij op zijn grootvader lijkt. Albert Van Damme stond jarenlang aan het hoofd van Luikse brouwerij Piedboeuf, bekend van Jupiler. Wie als werknemer van Albert Van Damme een nieuw potlood wou hebben, moest een oud, klein stompje van het eerder opgebruikte potlood inruilen voor een nieuw potlood. Het verhaal wil dat hij ook de vuilbakken controleerde om te zien of het papier op twee kanten was beschreven vooraleer het werd weg gegooid. Dat had weinig met duurzaamheid te maken, maar meer met zuinigheid, eigen aan de na-oorlogse generatie die echte armoede had gekend.

Maar laat ons beginnen bij het begin. Albert van Damme, van oorsprong van Blankenberge, zakte in 1919 naar Luik af om er zijn Frans te verbeteren aan de Ecole des Hautes Etudes Commerciales. Hij ontmoetter Eugénie Piedboeuf, de dochter van Théodore Piedboeuf, eigenaar van de gelijknamige familiale brouwerij. Van Damme huwde met Eugénie en nam in 1920 de leiding over van Piedboeuf.

Albert Van Damme maakte van de brouwerij Piedboeuf een succesverhaal. Hij werkte de ene overname na de andere af. In 1966 werd het merk Jupiler gelanceerd. Het zou de grootste concurrent worden van het Leuvense Stella Artois, op dat moment Belgische marktleider en in handen van de adellijke families de Spoelberch en de Mévius. Van Damme was een visionair en sloot al in 1971 een geheime overeenkomst met Stella om beide brouwerijen te fusioneren. Maar op dat moment was Jupiler nog kleiner dan Stella. Wanneer de fusie er echt kwam, 16 jaar later, was die situatie omgekeerd. Toch kreeg Van Damme minder aandelen dan de families de Spoelberch en de Mévius. Die minderheidspositie werd een dwanggedachte die hem niet meer los zou laten.

In praktijk kreeg Van Damme de controle over de holding Verlafi, die 26,8 procent bezit van de fusie Interbrew. De helft van Verlafi is echter in handen van onbekende aandeelhouders buiten de drie traditionele Interbrew-families, waardoor het feitelijke aandeel van de familie Van Damme in Interbrew gelimiteerd bleef tot een achtste. Vanaf dat moment zou Van Damme aandelen bijkopen om zijn positie intern te versterken.

Albert van Damme had twee zonen, Paul en Jean. Hij zou die allebei overleven. Paul overleed op jonge leeftijd en liet twee zonen na, Jean werd officieel de baas van Piedboeuf maar Albert hield de touwtjes en de aandelen in handen. Het werd het geluk van Alexandre Van Damme, de enige zoon van Jean. Hij zou met steun van zijn grootvader de grote aandeelhouder worden van Interbrew.

1995 werd een cruciaal jaar voor Alexandre Van Damme. Eerst stierf zijn vader en kort daarna zijn grootvader, van wie hij bijna alles erfde behalve diens kolerieke trekjes. Alexandre was 33, maar plots was hij de sterke man van de familie. Datzelfde jaar deed Interbrew een bod op de Canadese brouwer Labatt. Samen met twee bestuurders en enkele directieleden van Interbrew verbleef Van Damme wekenlang in Toronto, om alles in goede banen te leiden. Vanaf dat moment was hij betrokken bij elke grote overnamedeal van de groep.

Alexandre Van Damme is achtervolgd door een oogziekte die als kind zijn netvlies aantastte. Dat heeft hem niet belet net als zijn grootvader een visionair te zijn. Niet enkel bouwde hij Interbrew uit tot de multinational AB Inbev, hij diversifieerde zijn vermogen naar andere voedingsbedrijven zoals Heinz Kraft en Douwe Egberts. Ondanks zijn legendarische discretie investeert hij volop in vastgoed en is hij een keiharde business man die niet bang is dossier voor de rechtbank uit te vechten.