Hallyday heeft geen fortuin vergaard met zijn muzikale carrière. Zijn vermogen is beperkt tot zijn vastgoed al is dat dan ook wel belangrijk met huizen in het mondaine Zwitserse Gstaad, in Saint-Barthélemy op de Antillen, in Marnes-la-Coquette nabij Parijs en in Los Angeles. Dat is de eindconclusie die de auteurs Catherine Rambert en Renaud Revel maken in hun boek “Johnny, les 100 jours où tout a basculé”, uitgegeven in 2010.
Hallyday mag dan al meer dan 100 miljoen platen hebben verkocht, hij verteerde evenveel geld als hij verdiende. Hij investeerde ook impulsief in bijvoorbeeld een wijngaard en een restaurant, allen verlieslatend. Hij houdt er ook een belangrijke collectie auto’s en motoren op na. In 2004 komt het tot een pijnlijke breuk met zijn platenmaatschappij Universal. Hallyday beschuldigt die er van dat ze zijn auteursrechten systematisch hebben leeggezogen. In werkelijkheid blijkt dat Universal zich garant heeft gesteld voor verschillende aankopen van de artiest waaronder een yacht van 5 miljoen euro en zijn herenhuis in Parijs.
In 2006 zoekt hij fiscaal asiel in Brussel, officieel om zijn Belgische vader te eren. Maar de Kamer van volksvertegenwoordigers weigert hem zijn paspoort. Daarop verhuist hij deeltijds naar Zwitserland. omdat hij “het beu is zoals veel Fransen om zoveel belastingen te betalen”. Later neemt hij Amerikaanse nationaliteit aan. “Wie in Frankrijk succes heeft, is verdacht. Men vindt dat verwerpelijk.” zo schrijft hij in 2013 in zijn autobiografie.