Familie Frère in het oog van de IS-storm

(Screenshot A2 reportage)

Wie was op de hoogte van het feit dat de Franse cementproducent Lafarge in Syrië de werking financierde van terreurorganisatie IS? Om het antwoord op die vraag te vinden luisterde het Belgische gerecht onder meer de telefoons af van Gérald Frère en Ian Gallienne, respectievelijk de zoon en schoonzoon van Albert Frère. Op het moment van de feiten was de groep GBL van Frère met 21 % aandelen de grootste aandeelhouder van Lafarge. Beide verdachten waren al snel op de hoogte van de telefoontap. Ze schakelden voor hun communicatie over op het niet transparante Telegram. De Franse geheime dienst en de FBI volgen de zaak. Het vermoeden bestaat dat de Franse regering van het hele dossier op de hoogte was.



Alles draait om de Lafarge cementfabriek in Jalabiya in het noorden van Syrië. In 2012, in volle chaos, staken de meeste Europese bedrijven hun activiteiten in Syrië. Maar niet Lafarge. Ondanks het fysieke risico, maar vooral het risico op ontvoeringen, Lafarge betaalde zelf 200.000 euro om 9 gijzelaars vrij te krijgen, bleven de Fransen cement produceren. Daarbij betaalden ze steekpenningen aan verschillende groepen om grondstoffen te kunnen vervoeren, cement uit te voeren en machines te onderhouden. In 2013 bereikten ze akkoord met IS. Lafarge betaalde per maand 55.000 euro aan de terroristen plus een commissie op de productie.

Een TV-ploeg van de Franse omroep A2 trok naar Jalabiya op onderzoek. Ze stelde er onder meer vast dat het cement van Lafarge in Raqqa werd gebruikt om een voetbalveld om te bouwen tot een gevangenis, om geheime tunnels aan te leggen en om schuilkelders te maken tegen geallieerde bombardementen. Hetzelfde onderzoek leerde ook dat de verantwoordelijke van de veiligheidsdienst van Lafarge in de periode 2011 – 2014 12 ontmoetingen had met leden van de Franse geheime dienst. Frankrijk wilde het regime van Bachar el Assad weg en volgde het reilen en zeilen van Lafarge.

Ex-kaderleden legden achteraf klacht neer tegen het bedrijf omdat ze vonden dat hun veiligheid in gevaar was gebracht. Daarmee was de juridische bal aan het rollen. Gérard Lamarche en Paul Desmarais waren binnen Lafarge de twee vertegenwoordigers van de holding GBL. Daarmee kwam de zoektocht naar de verantwoordelijkheid meteen in België terecht. Ian Gallienne en Gérald Frère stemden hun verklaringen op elkaar af. De boodschap was eenvoudig: wij wisten niets van de beslissingen in Syrië. Er vonden al verschillende huiszoekingen plaats in de Belgische kantoren van GBL. Het onderzoek loopt nog.

close

LATEN WE CONTACT HOUDEN!

Ontvang dagelijks de meest interessante berichten over De Rijkste Belgen.

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Mis geen enkel artikel.
Schrijf u in op de nieuwsbrief.

We spammen niet. Lees meer in ons privacybeleid